Het behoeft geen betoog dat mensen in een beter humeur over het algemeen ook gelukkiger zijn. Niettemin is de relatie tussen deze twee concepten niet zo simpel als je misschien zou denken. Veroorzaakt ‘gelukkig zijn’ een goed humeur, of is het juist het humeur dat zorgt voor geluk? In dit artikel verkennen we dit vraagstuk.

Wat zegt de wetenschap?

Onderzoek heeft reeds meerdere malen bevestigd dat geluk en een goed humeur innig verstrengeld zijn. Voor de intrede van multidimensionale modellen van geluk die tegenwoordig populair zijn (die stellen dat geluk uit meerdere onderdelen bestaat zoals positieve emoties, betekenis, relaties, et cetera), werd geluk bijna uitsluitend gemeten door simpelweg vragen te stellen zoals “Alles bij elkaar genomen, hoe gelukkig bent u met uw leven?”. Het bleek echter dat het antwoord dat mensen op die vraag gaven voornamelijk bepaald werd door hoe goed die persoon zich voelde op dat moment. Of met andere woorden, op die manier wordt vooral het humeur gemeten en minder het geluk.

Gemiddeld bepaalt humeur ongeveer 70% van hoe gelukkig iemand zichzelf inschat, bij zo’n momentopname. Martin Seligman, oprichter van de positieve psychologie, noemde deze monistische (ze nemen slechts één aspect in ogenschouw) theorieën dan ook enigszins spottend ‘happiologies’. In het Nederland zou je ook kunnen stellen: humeurologie.

Ondanks deze kritiek op het gebruik van dergelijke één-vraag-metingen voor het vaststellen van geluk, worden ze nog steeds regelmatig gebruikt door wetenschappers. Daar is ook wel wat voor te zeggen. Immers, een dergelijke hedonistische visie op geluk is al lang geleden voorgesteld door prominente filosofen.

Verder is het zo dat mensen die op dergelijke vragen hoog scoren, ook hoog scoren op andere metingen van geluk (en gerelateerde constructen), wat als bewijs wordt gezien voor de validiteit van zulke metingen. De onderzoekers die daar gebruik van maken vinden het blijkbaar niet erg dat er zo’n grote correlatie is met humeur. Dit impliceert dat zij humeur als een inherent onderdeel van geluk zien, en dat de invloed van humeur daarom geen ‘vervuiling’ van het meetinstrument, dat geluk meet, is. In hoeverre is dat terecht?

Een gedeeltelijke oplossing: humeur als oorzaak?

Een recente studie uit Zweden kan enige verheldering bieden in dit debat. In dit experiment manipuleerden onderzoekers het humeur van participanten om te kijken hoe dit hun geluk (voornamelijk geoperationaliseerd als positieve emoties) en cognitieve evaluatie van hun leven zou beïnvloeden (cognitief welzijn).

De uitkomsten van de studie waren dat cognitief welzijn humeur beïnvloedde. Humeur, vervolgens, had een sterke invloed op iemands evaluatie van zijn/haar huidige humeur, op de ervaring ervan (“Ik voel me erg blij”).

De laatste stap is dat deze evaluatie veel invloed had op geluk. Humeur medieert dus de relatie tussen cognitief welzijn en geluk. Dus, humeur staat dichter bij geluk dan cognitief welzijn, maar humeur wordt dan weer beïnvloedt door het cognitieve aspect. De auteurs van het artikel zelf stellen naar aanleiding van de resultaten dat geluk een situatie-afhankelijke evaluatie is van hedonistische ervaringen [humeur] en ook gerelateerd is aan cognitief welzijn.

Samenvattend, de relatie tussen humeur en geluk lijkt een ingewikkelde te zijn. De hierboven beschreven studie toont aan dat humeur belangrijk is voor situatie-afhankelijk geluk, maar ook dat het cognitieve aspect zeker niet onbelangrijk is. De vraag is alleen: hoe zit het bij situatie-onafhankelijk geluk? Is humeur nog steeds zo belangrijk als het gaat om een algemeen, stabiel, minder vergankelijk gevoel van geluk? We zijn erg benieuwd naar uw mening hierover!

Leave a Reply

captcha

Please enter the CAPTCHA text